Deze wintervoedselakker wordt in het late voorjaar ingezaaid met een mengsel van verschillende granen, kleine zonnebloem
en korenbloem.
De boer legt de akker zorgvuldig aan. Dit is belangrijk om het gewas goed te doen groeien. Er wordt geen chemie in de akker gebruikt om de kruidenrijkdom te bevorderen. Zodra het wintervoedsel aanwezig is laat de boer het perceel volledig met rust tot april van het volgende seizoen.
Niet alleen de zaadeters komen in grote getalen op deze akkers af, ook muizen vinden hun weg naar de akker. Roofvogels zoals de torenvalk, blauwe kiekendief of velduil komen hier weer op hun beurt om de muizen en vogels te vangen. Bomen, opgaande begroeiing of struikgewas kan dan van meerwaarde zijn voor akkervogels om in te schuilen.